Maandelijks archief: april 2014

Wat moet ik weten over veilig gebruik van gasslangen?

Wat moet ik weten over veilig gebruik van gasslangen?

Uitgangspunt
Gebruik altijd een gasslang die speciaal ontworpen is voor propaan- of butaangas, te herkennen aan de volgende vermelding op de slang:

·         jaar van fabricage

·         NEN-EN 559 / NEN 5654 (rubbergasslang)

Voor algemene toepassing
Hiervoor is de (nieuwe) norm NEN-EN 1763-1 t/m 4 van toepassing. Gasslangen die volgens deze norm gefabriceerd zijn, worden bijna nog niet geleverd. De meeste gasslangen die worden geleverd, zijn nog conform de ‘oude’ norm: NEN 5654. Kies dus voor al uw toepassingen een gasslang met de norm: NEN-EN 559 / NEN 5654 óf een gasslang die aan beide normen voldoet (zie opdruk op de slang): NEN-EN 559 / NEN-EN 1763-1 t/m 4 of NEN 5654

LET OP: bij gebruik van een gasslang, exclusief gefabriceerd volgens NEN-EN 1763-1, dient men op de klasse slang te letten:
·         Klasse 2 of hoger: voor toepassingen na de gasdrukregelaar.
·         Klasse 3 of 4: voor toepassingen tussen gasfles en regelaar.
·         Kies altijd voor klasse 4 als de gasslang buiten wordt gebruikt en/of wordt blootgesteld aan weersinvloeden.

Gasslanglengte
Voor losse opstellingen gelden geen beperkende gasslanglengtes.
Wel moet men rekening houden met het eventuele maximum toelaatbare drukverlies en wordt geadviseerd de lengte zo kort mogelijk te houden om risico’s op beschadigingen te beperken.

Conditie van de gasslang
Gasslangen en koppelingen moeten altijd vrij bereikbaar en zichtbaar zijn voor inspectie/visuele controle op eventuele slijtage, lekkage en/of beschadigingen. Gasslangen met zichtbare beschadigingen of uitdrogingsscheurtjes, mogen nooit worden gebruikt en moeten direct worden vervangen.
Gasslangen moeten op de juiste wijze met slangklemmen worden bevestigd.

Advies
·         Controleer de gasslangen voor gebruik altijd visueel.
·         Inspecteer de gasslangen iedere zes maanden visueel.
·         Vervang de gasslang bij verkleuring, vervorming, beschadiging of eerste tekenen van poreusheid.
Neem geen risico. Bij twijfel: vervang de gasslang!
·         Vervang gasslangen uiterlijk na 2 jaar.

Afspraken en aanbevelingen A-blad Platte daken
In het kader van vermindering brandgevaar zijn in het A-blad Platte daken (pag. 15 en 16) aanbevelingen opgenomen over het opslaan van brandbare materialen en gassen, waaronder gasbranders.

Een selectie uit de aanbevelingen:
·         Zorg voor veilig vervoer, veilig hijsen en een goede en veilige opslag van flessen met propaan.
·         Plaats bij voorkeur een bulkgascontainer; dit vermindert fysieke belasting en het brand- en explosiegevaar.
·         Probeer de voorraad gasflessen te beperken tot de dagvoorraad. Voer lege flessen zo mogelijk dagelijks af.
·         Gasflessen moeten zijn voorzien van een drukregelaar en doorstroombegrenzer.
·         Zorg voor minstens twee verzegelde ABC-brandblussers van elk 12 kg.
·         Gebruik uitsluitend slangen, leidingen en slangklemmen die in goede staat verkeren.
·         Houd slangen en leidingen zo kort mogelijk. Voorkom echter dat de gasfles via de slang van zijn plaats wordt getrokken.
·         Zorg voor een stabiele opstelling van de fles op voldoende afstand (bij voorkeur meer dan 5 meter) van warmtebronnen, zoals de bitumenketel.
·         Beperk de voorraad flessen op het dak. Verwijder lege flessen zo mogelijk dagelijks van het dak.

Verwerk zo nodig de aanbevelingen uit de Arbocatalogus en bovenvermelde informatie in het plan van aanpak in de bedrijfs-RI&E. En zorg voor duidelijke instructies aan de